klusadvies

Gordijnen ophangen

1 stem

Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld

Deze beschrijving gaat uit van het ophangen van een plooigordijn dat met gordijnhaken aan een rail hangt (stap 1 t/m 12).

Bij de bouwmarkt zijn kant-en-klare gordijnen verkrijgbaar, in diverse kleuren en dessins. Deze gordijnen zijn reeds voorzien van een plooiband voor de gordijnhaken. Kies als breedte: 1x de raillengte. Stap 13 t/m 23 laten zien hoe u kant-en-Klaar gordijnen monteert (inkortinstructie).

Tip!
Een mooier resultaat bereikt u door het gordijn voor het ophangen te strijken. Boven, aan de achterzijde van het gordijn vindt u een label met het was- en strijkvoorschrift. De gordijnhaken moeten, indien aanwezig, voor het wassen eruit gehaald worden. Als u het gordijn volgens deze instructies behandelt, heeft u lang plezier van uw kant-en-klaar gordijn.

Koop liever te ruim dan te krap. Ongebruikte materialen in originele verpakking kunt u met de aankoopbon binnen 30 dagen retourneren. 

Bekijk de benodigheden
01

Lengte rail bepalen

Bepaal de lengte van de rail. Deze hangt af van de positie van het gordijn: binnen het kozijn of voor het kozijn. Tel in het laatste geval 2 x 15 cm bij de kozijnbreedte op. Als u een lange rail wilt maken (bijvoorbeeld over de hele breedte van de kamer), kunt u de losse railelementen verlengen met koppelstukken.
02

Gordijn voor kozijn

Komt het gordijn voor het kozijn te hangen, dan is het fraaier als het er een stukje vanaf hangt. Aan weerszijden kunt u de rail eventueel met een haakse bocht naar de muur leiden.
03

Hoeveelheid gordijnstof bepalen

Bepaal hoeveel gordijnstof u nodig hebt. De breedte hangt af van de lengte van de rail en van het type plooi:

 

  • enkelvoudige plooi: 1.5 tot 2x de raillengte
  • dubbele plooi: 2.5x de raillengte

 

Hoe ruimer de stof, hoe mooier de plooi valt.

Tip!
Een plooigordijn maken is een hele klus. U kunt het tegen vaak geringe meerprijs laten maken bij de zaak waar u de gordijnstof koopt.

04

Lengte gordijnstof

Ook de lengte van het gordijn is afhankelijk van uw wensen:

 

  • hangt de rail aan het plafond, of zit deze op de muur?
  • eindigt het gordijn op de vensterbank, of moet het tot aan de vloer doorlopen?

 

Tip!
Het is fraai als de gordijnen tot aan de grond lopen. Maar als ze over een radiator of een convectorput vallen, is de warmteopbrengst daarvan ’s winters uiteraard beduidend lager.

05

Gordijnrail aan een muur of raamkozijn

Gebruik bij ophangen aan kozijn of muur een afstandsteun met klem of wandsteun.
06

Plaats muurrail tekenen

Teken met een dunne potloodlijn de plaats van de muurrail aan. Controleer of deze lijn waterpas loopt.
07

Bij bevestiging op de muur

Boor om de 50 cm een gat in de muur (steenboor, 6 mm). Voorzie de gaten van pluggen.

Tip!
Bij oude huizen is vaak kalkrijke en brokkelige specie gebruikt. Daarin schiet de boor gemakkelijk weg, wat een te ruim gat oplevert. Vul zo’n mislukt boorgat op met sneldrogende
muurvuller (diep in het gat duwen). Deze wordt
binnen enkele minuten keihard en vormt dan
een stevige basis voor een nieuw boorgat.

 

08

Steunen bevestigen

Schroef de steunen op de muur (of het kozijn). Schuif de rail in de steunen. Schuif een eindstop en het benodigd aantal runners op het onderdeel van de rail. Sluit de runners op met weer een eindstop.
09

Gordijnrail aan het plafond

Het ophangen van een gordijnrail aan het plafond is makkelijker als u eerst een basislat aan het plafond bevestigt. Schroef deze op een paar plaatsen aan de plafondbalken vast. Op deze basislat komen de schroeven waarmee u de U-railsteunen kunt ophangen (om de 50 cm). Steunen eerst aan de rail en vervolgens vastschroeven.

Tip!
Schilder de basislat van tevoren in dezelfde kleur
als het plafond.

10

Rail aan plafond

Als u de rail direct aan het plafond wilt bevestigen, moet u tuimelpluggen gebruiken om de steunen te kunnen bevestigen op plaatsen waar geen plafondbalk zit. Boor gaten in het plafond (diameter als die van het tuimeldeel van de plug). Steek de plug diep in het gat, zodat het verende tuimeldeel in de holle ruimte achter het plafond uitklapt. U bevestigt later de steunen aan de uitstekende schroefdelen, met behulp van de
bijgeleverde moeren.

11

Plafondsteunen en eindstop

Schuif het benodigd aantal plafondsteunen over het bovendeel van de rail. Schuif een eindstop en het benodigd aantal runners in het onderdeel van de rail. Sluit de runners op met wederom een eindstop. Schroef de rail met de steunen tegen het plafond.
12

Gordijn uit 2 delen

Als het gordijn uit 2 delen bestaat, is het mooier als deze elkaar een stukje overlappen. Hiervoor kunt u een overschuifrunner gebruiken.

Tip!
U kunt geopende gordijnen bijeen binden met een embrasse: een band die u om het gordijn heen slaat en vast haakt aan een embrassehaak op de muur. Dergelijke embrasses kunt u zelf maken (bijvoorbeeld van een restje gordijnstof). Diverse typen embrassehaken zijn in de bouwmarkt verkrijgbaar.
13

KANT-EN-KLAAR GORDIJNEN: Model met plooiband

Het gordijn wordt bevestigd aan een rail met runners. Het aantal runners dat u nodig heeft, is gelijk aan het aantal gordijnhaken dat u gebruikt minus één. Per gordijnbaan heeft u één eindstop nodig. De gordijnhaken vindt u in de verpakking.

Tip!
De bouwmarkt verkoopt kant-en-klare gordijnen voor bevestiging aan een roede. U heeft de keuze uit diverse uitvoeringen roedes en eindknoppen. Van moderne roestvrijstalen tot nostalgische smeedijzeren of houten modellen. Er zijn routes in verschillende diameters en in lengtes tot 360 cm.
14

Model met lussen en ringen

Deze gordijnen worden aan een gordijnroede bevestigd.

Tip!
Er zijn er ook zogenaamde ‘railroedes’: dit zijn rails met glijders voor plooigordijnen, met het uiterlijk van een gordijnroede.

Bij lichtgewicht gordijnen (bijvoorbeeld gemaakt van kaasdoek) kunt u ook een staalkabel gebruiken als gordijnroede. Voor een beschrijving: zie “Spankabels van staaldraad”.
15

Hoogte bepalen (voor alle modellen)

Hang het gordijn aan de rail of roede. Bepaal de juiste lengte. Zorg er hierbij voor dat het gordijn minstens 2 cm, boven de vloerbedekking of vensterbank komt te hangen. Geef de lengte aan op het gordijn d.m.v. spelden.
16

Zoom aanbrengen (voor alle modellen)

Vouw de stof op de gewenste hoogte om met het kleefband (strijkvlieseline), dat onderaan het gordijn zit, naar binnen. De zoom moet overal even breed zijn. Strijk vervolgens over de gehele zoom (eventueel m.b.v. een natte doek). Door de zoom met spelden vast te zetten voorkomt u dat de zoom gaat schuiven tijdens het strijken.

Tip!
Als u meer dan 30 cm moet inkorten vanaf de onderzijde, is het aan te bevelen de stof eerst op de gewenste lengte (hoogte + 10 cm zoom) te knippen. Daarna kan de zoom worden gestreken (kleefband los knippen). U kunt de zoom natuurlijk ook met de naaimachine aanbrengen.
17

Breedte bepalen (model met plooiband)

Meet de lengte van de rail, of meet de breedte waar het gordijn moet worden geplaatst.
Indien u twee gordijnen ophangt, verdeelt u deze breedte over de twee gordijnen.
18

Plooiwijze 1 (model met plooiband)

Leg aan één zijde een knoop in de koordjes aan de andere zijde aan tot u de gewenste gordijnbreedte heeft bereikt. Leg een knoop in deze koordjes.
19

Haken bevestigen

Steek ieder steeltje van de haak door een naast elkaar liggend lusje. Draai de haak om.
20

Plooiwijze 2 (model met plooiband)

In deze tabel staat het aantal plooien en de afstand tussen deze plooien weergegeven. Gordijnbreedte aantal plooien:

 

  • 100 - 8
  • 90 - 10
  • 80 - 10
  • 70 - 10
  • 60 – 11

 

Plooibreedte / afstand tussen de plooien:

 

  • 6 lusjes – 12 lusjes
  • 6 lusjes – 9 lusjes
  • 7 lusjes – 8 lusjes
  • 8 lusjes – 7 lusjes
  • 8 lusjes – 6 lusjes
21

Dikke stof

Indien u een dikke stof heeft, kan het zijn dat u één plooi minder nodig heeft. Voorbeeld: gordijn breedte 80 cm.
22

Haken bevestigen

Steek de steeltjes van de haak door het eerste en het laatste lusje van het gedeelte van het band dat geplooid moet worden. Draai de haak om.
23

Ophangen (model plooiband)

Hang het gordijn aan de haken in de runners. (Geringe kleurafwijkingen voorbehouden.)

Ladders en trappen

 

Kies altijd een droge, windstille dag uit. Gebruik de juiste trap of ladder voor uw klus. Zorg dat die bij buitenwerk ongeveer een meter boven het werkniveau uitsteekt. Zet de ladder goed neer. Dit betekent dat de ladder op een stabiele ondergrond moet staan, zodat hij niet zomaar kan omvallen. Zorg dat de trap of ladder niet op een tafel of kratten of iets anders wordt geplaatst.

Plaats de ladder met de brede kant beneden en altijd onder een hoek van 75 graden ten opzichte van de ondergrond, waardoor hij niet makkelijk weg kan glijden. Dit laatste is simpel na te gaan: als u met uw voeten tegen de ondereinden van de ladder staat en uw armen recht vooruitsteekt, moet u de laddersporten gemakkelijk kunnen vastpakken. Bij moderne ladders is het zo, dat de sporten D-vormig zijn. Als de ladder goed staat, zijn de sporten horizontaal. Denk ook aan het tijdig verplaatsen van de ladder of trap. Wanneer u meer dan een armlengte opzij reikt, is de kans groot dat u valt, of de ladder wegschuift.

Hijs de materialen met een touw naar boven, zodat u zelf bij het beklimmen de ladder met beide handen kunt vasthouden. Een ladder is bedoeld om op een werkplek te komen en niet om er uren op te staan werken. Als dat wel nodig is, gebruik dan een steiger of een hoogwerker.

 

Voor deze klus heeft u nodig:

  • Materialen (16)

















  • Gereedschappen (9)










Eerder bekeken

Er is nog niets zichtbaar omdat u nog geen producten hebt bekeken.