stappenplan

Beplantingsplan maken

Zelf een beplantingsplan maken voor je tuin is niet moeilijk, maar je moet wel rekening houden met een aantal belangrijke punten. Zo kijk je om te beginnen naar de grondsoort van je tuin en naar de hoeveelheid zon, maar ook naar de bloeitijd en hoogte van je nieuwe planten, bomen of struiken. Zelf een gedegen beplantingsplan maken, doe je aan de hand van dit stappenplan.

stap 1

Beplantingsplan maken: de plekken voor het groen bepalen

Bij het maken van een beplantingsplan ga je eerst kijken waar je een plantenborder wilt hebben of waar je eventuele bomen en struiken wilt neerzetten. Misschien wil je bijvoorbeeld de inkijk van de buren camoufleren met een paar mooie hoge leibomen? (Laagblijvende) bomen zijn fijn om natuurlijke schaduwplekken te creëren en struiken zorgen voor bloei en bieden beschutte broedplekken voor de vogels. Vergeet ook niet een haag in te tekenen in je ontwerp en eventuele klimplanten die je schutting of pergola kunnen vergroenen.

Vaste planten zijn planten die in het najaar afsterven en in het voorjaar weer mooi opkomen. Met een grote border met vaste planten in je tuin beleef je de seizoenen het hele jaar door. In de lente, zomer en herfst geniet je van de bloei, terwijl in het najaar alles afsterft en in de vroege lente het eerste groen alweer opkomt. Een mooi proces om van dichtbij te ervaren. Zo’n border kun je dan ook het beste plaatsen in de buurt van je achtergevel en terras, zodat je er altijd vol zicht op hebt.

Tip!

De meeste vaste planten houden van een zonnige plek. Houd daar bij het bepalen van de plek voor je vasteplantenborder in dit stadium al rekening mee.

stap 2

Een tuintekening op schaal maken

Wil je een gedegen beplantingsplan maken, dan kun je de beplanting het beste intekenen in een tuinplattegrond op schaal. Meet de omtrek van je tuin op, net als alle aanwezige elementen in de tuin zoals paden, borders, het gazon, een vijver, aanwezige bomen, trappen, tuinhuisjes, terrassen, etc. Bereken deze elementen op schaal en teken ze uit in je plattegrond.

Gebruik een groot vel (ruitjes)papier, bijvoorbeeld in A3-formaat waarop je je beplantingsplan gaat maken. Zo heb je ruimte genoeg om elke plant straks mooi in te tekenen. Voor het intekenen gebruik je een potlood en een liniaal. Je zou het terras een tegelpatroon kunnen geven en de kiezels van een bolletjespatroon kunnen voorzien, zo komt je ontwerp tot leven. Alles uitgetekend en op zijn plek? Dan kun je de potloodlijnen overtrekken met een zwarte pen.

stap 3

De grondsoort bepalen

Tuinier je op zand, leem of klei? De grondsoort in je tuin speelt een grote rol bij het kiezen van de juiste beplanting. Met name wanneer je tuiniert op extremen zoals zeer natte klei of zeer droge zandgrond, moet je de beplanting in een specifieke hoek gaan zoeken. De meeste bloembollen bijvoorbeeld rotten weg in de natte klei, terwijl het gros van de vaste planten op droge zandgrond zal uitdrogen in de zomer. Geen nood: voor elke grondsoort bestaan er passende planten. Op zandgrond bijvoorbeeld gedijen wel droogtetolerante prairieplanten.

Zand is grofkorrelig en laat gemakkelijk water door, terwijl klei veel fijner van korrel is en meer water vasthoudt. Voelt de grond sponsachtig aan? Dan tuinier je waarschijnlijk op veengrond, een vrij vochtige, donkergekleurde grondsoort die bestaat uit gecomposteerd plantmateriaal. Wil je het precies weten? Hier op de site van Unieke Tuinen lees je hoe je thuis een grondtest kunt doen.

Tip!

Bezoek een kweker in de buurt, die tuiniert waarschijnlijk op dezelfde grondsoort als jij.

stap 4

De standplaats bepalen

Je weet nu precies op welke plek er planten, struiken of bomen moeten komen, maar voordat je ze aanschaft, is het belangrijk om te weten of de beplanting in de zon, schaduw of halfschaduw komt te staan. Houd op een zonnige dag in de gaten op welke plekken de zon op de betreffende plekken schijnt en noteer ook hoe lang dit aanhoudt.

Op basis hiervan kun je een indeling maken: staat er zes uur of langer zon op een border? Dan komen deze planten in de volle zon te staan. Bij minder dan twee uur per dag spreken we van een schaduwborder. Alles wat ertussen valt, wordt als halfschaduw gezien.

stap 5

Bomen, struiken en hagen kiezen

Begin aan de hand van de standplaats en de grondsoort met het uitkiezen van de bomen, struiken en hagen. Je kunt kiezen voor een bladverliezende haag zoals de haagbeuk of voor een groenblijvende haag zoals van taxus of hulst. Een ruimtebesparende manier is om een bestaande schutting te vergroenen met een natuurscherm van klimop.

Houd bij het uitkiezen van bomen en struiken goed de uiteindelijke hoogte in de gaten: wanneer je het boompje koopt, zal hij misschien amper een meter hoog reiken, maar sommige bomen kunnen zomaar tien meter hoog groeien. Er zijn genoeg kleine bomen of struiken die langzaam groeien en door snoei mooi klein te houden zijn. Met name meerstammige bomen zijn hiervoor heel geschikt.

stap 6

De vasteplantenborder samenstellen

Een beplantingsplan maken voor de borders, is het meest intensieve gedeelte van het proces. Je begint bij het uitsorteren van de vaste planten die in jouw tuin kunnen groeien. Bij veel kwekers kun je op de website via de zoekmachine al filteren. Zo kun je bijvoorbeeld ‘zandgrond’ en ‘volle zon’ invoeren, waardoor er alleen maar planten uitrollen die voor de betreffende border geschikt zijn. Ideaal! Waarschijnlijk blijft er nu nog een hele schare aan vaste planten over die in jouw tuin kan groeien. Bij een beplantingsplan maken houd je rekening met de volgende punten:

  • Verzamel steeds groepjes van twee tot vijf vaste planten bij elkaar. Bij een kleine border maak je kleinere groepjes dan bij een XL-border. Herhaal de groepen op verschillende plekken in de border om eenheid te creëren.

  • Wil jij altijd van bloemen kunnen genieten? Let dan op de bloeitijden en wissel deze af. Tussen de vaste planten vind je soorten die van maart tot en met oktober bloeien.

  • Met name in een kleine border zijn langbloeiers erg waardevol, zoals Geranium Rozanne, die van mei tot september bloeit.

  • Voor een natuurlijke look kun je siergrassen toevoegen.

  • Let bij het beplantingsplan maken ook op de hoogte van vaste planten. Over het algemeen geldt: werk van hoog naar laag, van achteren (of het midden, bij een ronde border) naar de randen toe. Luchtige planten en siergrassen waar je doorheen kunt kijken, breken deze wet.

  • Wil jij een border met alleen paars of roze? Hierop kun je de beplanting uitzoeken.

  • Let niet alleen op bloemkleur, maar ook op mooie bladkleuren en bladvormen. Afwisseling is het sleutelwoord. De bloei duurt vaak immers maar enkele weken, terwijl de bladeren een meer blijvend beeld vormen.

  • Bodembedekkende planten zijn onkruidwerend. Je kunt ook een mulchlaag aanbrengen, die heeft hetzelfde effect.

stap 7

De beplanting intekenen in de plattegrond

Als het goed is, heb je bij stap 1 al de locatie van de borders, de hagen, de bomen en de struiken ingetekend. Nu ga je ze ook nog invullen, zodat een eventueel ander persoon zó met je beplantingsplan aan de slag kan. Maak de beukenhagen bijvoorbeeld bruin, de magnoliabomen roze en de coniferen groen. In een legenda herhaal je de kleuren in cirkels waarachter je de Latijnse namen van de planten schrijft.

Het intekenen van de vaste planten in de border is het bewerkelijkst; je bent nu bezig met het daadwerkelijke beplantingsplan maken. Gebruik een potlood om de vaste planten in te tekenen en houd een gum in de aanslag, want die ga je nodig hebben. Elke vaste plant geef je aan met één cirkel. Schrijf hier met potlood de initialen van de betreffende vaste planten in (bijvoorbeeld GR: Geranium Rozanne). Als het goed is, staan de plantafstanden op de website van de kweker vermeld. Deze moet je op schaal verrekenen, zo weet je precies hoe groot de cirkels per plant op papier moeten worden.

Ben je klaar met het beplantingsplan maken en tevreden over de indeling? Dan kun je de cirkels een kleur geven die bij ze passen (bijvoorbeeld paars voor Salvia). Verwerk de kleuren of initialen zoals hierboven vermeld staat ook in de legenda.

stap 8

Beplantingsplan maken: vergeet de bloembollen niet!

Hoewel je de bloembollen niet per se bij het maken van je beplantingsplan al mee hoeft te nemen, is het wel slim om bloembollen te planten in het najaar. Bloembollen nemen namelijk geen extra ruimte in, maar bloeien wel al in de winter en in het voorjaar, waardoor je al vanaf januari een bloeispektakel kunt verwachten.

Bij bloembollen planten lees je hoe je te werk gaat.