keuzehulp

Lavendel snoeien

Lavendel snoeien is een eenvoudige tuinklus die je twee keer per jaar uitvoert. Snoeien houdt de kleinblijvende heester mooi, goed bloeiend en compact.

Wanneer lavendel snoeien?
Lavendel snoeien doe je twee keer per jaar, een keer in het voorjaar en een keer in het najaar.

Het goed bijhouden van de lavendel door hem jaarlijks twee keer te snoeien, zorgt voor een mooi bloeiende en bossige plant. De bloemen - maar ook de grijsgroene blaadjes - verspreiden een heerlijk aroma waar bijen en vlinders dol op zijn.

Lavendel snoeien in het voorjaar
Lavendel snoei je voor de eerste keer in het voorjaar rond maart-april. Wordt er nog nachtvorst verwacht? Stel het snoeien dan nog even uit. Gebruik bij lavendel snoeien een goede scherpe snoeischaar of gemakkelijker: een heggenschaar.

Knip de lavendel flink terug tot zo’n 15 centimeter boven de grond. Zorg ervoor dat iedere stengel nog een grijsgroene top bevat! Knip nooit tot de verhoute delen, deze lopen slecht of helemaal niet uit.

Tip!

Hoe later je lavendel snoeit, hoe later de plant bloeit. 

Lavendel snoeien in het najaar
Lavendel snoeien doe je voor een tweede keer direct na de bloei; dit is meestal in september. Knip tijdens de tweede snoeibeurt alle uitgebloeide bloemstengels weg en knip de lavendel met een heggenschaar in model. Hierdoor stimuleer je de plant om nog een stukje door te groeien en een mooie groene pol te vormen voor hij de winter in gaat. Knip ook nu nooit tot in het dode hout.

Nieuwe lavendel snoeien
Bij een nieuwe lavendel kun je de plant in het voorjaar een paar keer extra toppen (zo’n drie keer). Dit doe je door de nieuw gevormde topjes met een snoeischaar licht te snoeien. De plant bloeit het eerste jaar dan wat minder, maar uiteindelijk ontstaat er hierdoor een mooie volle struik.
Oude lavendel snoeien
Een oude lavendel die al een paar jaar niet gesnoeid is, is vaak kaal van onder en lastig om nog in model te krijgen. Maar wanneer je in het hart nieuwe scheuten ziet, is er nog kans om hem te verjongen: knip de oude, verhoute en afgestorven delen weg, zodat er weer licht bij deze nieuwe scheuten kan en ze de kans krijgen om uit te groeien.

Wanneer de plant geen nieuwe scheuten meer heeft, is het beter om de plant te vervangen.