Hoe kan ik planten automatisch water geven?
Een irrigatiesysteem zorgt voor de automatische bewatering van je tuin. Zo hoef je niet elke dag met een tuinslang of gieters in de weer. Ook als je op vakantie bent kan je zo je planten water geven. Automatisch bewateren kost minder tijd en is superhandig: het systeem gebruikt water efficiënter door alleen te sproeien wanneer dat nodig is. Bovendien is het niet ingewikkeld om aan te leggen. GAMMA legt op deze pagina uit hoe je zelf aan de slag gaat met een irrigatiesysteem.
Je tuin water geven kan je het best vroeg in de ochtend doen. Het water wordt dan beter opgenomen door de grond, op warme dagen verdampt het water minder snel én je hebt minder last van slakken.
Wat is een irrigatiesysteem?
Een irrigatiesysteem is een systeem waarmee je heel gericht je planten water kunt geven. Bijvoorbeeld in bloembedden, borders of een moestuin. Een irrigatiesysteem bestaat uit twee onderdelen: het aanstuursysteem en de infrastructuur. De infrastructuur zijn alle leidingen die door je tuin lopen.
Bekijk ook:
Het aanstuursysteem
Je systeem wordt aangestuurd door de besproeiingscomputer. Deze plaats je tussen de kraan en je tuinslang of besproeier. Het simpelste model is een eenvoudige timer, waarmee je makkelijk regelt hoe vaak en hoe lang het systeem aangaat. Met luxere modellen stel je een compleet programma in – handig als je verschillende planten hebt die allemaal hun eigen behoefte hebben. Of ga voor een model dat je via een app op je telefoon bedient. Zo pas je op afstand de bewatering aan, bijvoorbeeld tijdens een flinke regenbui. Handig als je vaker niet thuis bent!
Het leidingensysteem
Het systeem gebruikt een netwerk van buizen en druppelaars om heel nauwkeurig water af te geven: vlak bij de wortels en in kleine hoeveelheden. Om te zorgen dat alles soepel werkt, begin je altijd met een basisapparaat. Een drukregelaar die het water op de juiste druk brengt – zo rond de 1,5 bar. De regelaar sluit je aan op de kraan, de tuinslang of een besproeiingscomputer. Aan de drukregelaar koppel je een dikke hoofdbuis of aanvoerbuis: de ruggengraat van je systeem. Hier sluit je weer kleinere buizen op aan, die je naar de juiste plekken in je tuin leidt.
Met een handig hulpstuk prik je een klein gaatje in de buis. Hier draai je vervolgens eenvoudig een druppelaar of sproeiertje in Wil je een haag of een moesbed besproeien? Gebruik dan een kant-en-klare druppelbuis, waar om de 30 cm druppelaars in zitten
Druppelsysteem tuin: deze accessoires heb je nodig
Sproeiers
Wil je wat grotere oppervlakken besproeien, zoals een bloemperk? Hiervoor zijn er handige sproeiertjes verkrijgbaar. Deze sproeiers verspreiden een fijne nevel in hoeken van 90, 180 of 360 graden. Er is zelfs een zwenksproeier voor rechthoekige stroken tot wel 90 vierkante meter. Ideaal voor langwerpige stukken tuin.
Hulpstukken
Met hulpstukken kun je je tuin irrigatiesysteem makkelijk uitbreiden, splitsen of vertakken. Denk aan T-stukken of L-stukken. Zo kan je flexibel en slim je tuin bewateren, want je past het systeem precies aan op jouw tuin. Op bepaalde plekken is het zelfs mogelijk om de richting van de waterstroom aan te passen.
Spikes en klemmen
Om het systeem goed te bevestigen, gebruik je spikes en klemmen. Hiermee prik je de buizen stevig in de grond.
Slimme accessoires
Wil je jouw sproeisysteem nog slimmer maken? Dan vind je bij GAMMA verschillende handige accessoires:
- Waterfilters: met waterfilters houd je allerlei vuil tegen, zodat je sproeiers niet verstopt raken.
- Regensensoren: als het regent, schakelen handige regensensoren het systeem automatisch uit.
- Verlengsnoeren: is de afstand tussen je kraan en je tuin te groot? Dan kun je er verlengsnoeren tussen zetten.
Combineer op maat
Met een irrigatiesysteem bespaar je tijd en water. Je kan het helemaal op maat maken voor je tuin, met alle beschikbare onderdelen en accessoires. Combineer je een besproeiingscomputer met een microdripsysteem? Dan heb je helemaal een geoptimaliseerde bewatering. Als je irrigatiesysteem eenmaal is geïnstalleerd, heb je er jarenlang plezier van.
Veelgestelde vragen irrigatiesysteem
- Hoe vaak moet ik een druppelslang aanzetten?
-
De beplanting in je tuin, de ligging van je tuin, de grondsoort en het type druppelslang bepalen meestal hoe vaak je de druppelslang aanzet. Een tuin op het zuiden heeft bijvoorbeeld meer water nodig. Ook wordt water beter doorgelaten in zandgrond dan in kleigrond. Breng daarom eerst in kaart wat voor jouw tuin geldt.
- Wat verdampt sneller; beregening of oppervlakte irrigatie?
-
Bewatering via beregening verdampt sneller. Beregening werkt met sproeiers en op dagen met veel wind of zon kan het water daardoor sneller verdampen. Bewatering via oppervlakte-irrigatie is efficiënter, omdat het water direct bij de wortel wordt gegeven.
- Wat is het verschil tussen een irrigatie slang en een tuinslang?
-
Een tuinslang is een ‘gewone’, dichte slang, waarmee je handmatig de planten water kunt geven. Met een irrigatie slang of druppelslang voorkom je waterverspilling: dit is een slang met kleine gaatjes of kleine druppelaars, waardoor je gericht water geeft bij de wortels van de plant.