Buitenmuur isoleren (van binnenuit met een voorzetwand)
Een enkelsteens (ongeïsoleerde) buitenmuur kun je aan de binnenzijde isoleren door middel van een voorzetwand met een houten stijl- en regelwerk. Voor een goede isolatiewaarde vul je de ruimte tussen en eventueel achter de stijlen met een zo dik mogelijke laag glaswol of steenwol.
Draag bij het werken met glas- en steenwol altijd een mondkapje (bij voorkeur een mondkapje met beschermingsfactor P2). Draag daarnaast kleding met lange mouwen en pijpen, werkhandschoenen en een veiligheidsbril. Dit isolatiemateriaal kan namelijk jeuk en irritatie veroorzaken.
We hebben hier te maken met een uitbouw. Heb je nou te maken met een radiator, leidingen of stopcontacten die in de weg zitten zul je die eerst moeten verleggen. Ook een raam zal je moeten aftimmeren.
Waarom je buitenmuur isoleren? De voordelen!
Je buitenmuur isoleren heeft veel voordelen voor jou en je huis. Ten eerste verbetert het je wooncomfort enorm. De warmte blijft namelijk veel beter binnen en daardoor heb je geen last meer van koude muren of tocht. Dit betekent dat uw huis behaaglijk warm blijft en je minder gas verbruikt om je woning te verwarmen. Je zal dit direct zien op je energierekening.
Een goed geïsoleerde buitenmuur draagt ook bij aan een lagere CO2-uitstoot. Je woning is energiezuiniger, waardoor je minder energie verbruikt. Dit is goed voor het milieu en je eigen portemonnee. De investering in de isolatie verdient zichzelf terug. Zo is de terugverdientijd vaak korter dan je verwacht. Bovendien verhoogt isolatie de woningwaarde van je huis.
Hoe wordt je buitenmuur geïsoleerd?
Je buitenmuur isoleren kan op twee manieren: van buitenaf of van binnenuit.
Isoleren aan de buitenkant: Hierbij plaats je isolatieplaten tegen de buitengevel. Het voordeel is dat je isolatie dikker kan zijn zonder dat je binnenruimte verliest.
Isoleren van binnenuit: Wil of mag je de buitenkant van je huis niet veranderen (bijvoorbeeld bij een monument)? Dan bouw je een voorzetwand aan de binnenzijde. Je plaatst het isolatiemateriaal tussen de bestaande muur en de nieuwe, vaak kant-en-klare voorzetwand.
In dit stappenplan leggen we je uit hoe je een buitenmuur van binnenuit isoleert.
De juiste isolatiewaarde en het juiste isolatiemateriaal kiezen
Heeft de buitengevel al enige isolatie (Rc = 1,5 tot 2), en wil je deze te verbeteren? Kies dan isolatiemateriaal van ongeveer Rd = 2. Is de buitengevel helemaal niet geïsoleerd? Ga dan voor isolatiemateriaal van ten minste Rd = 3,0.
Om ruimte te besparen en te profiteren van een goede isolatiewaarde kan je ook PIR-platen gebruiken.
De latten op de muur bevestigen
Zaag de vurenhouten latjes op maat met de decoupeerzaag. Bevestig de latjes vervolgens op de binnenmuur met spijkerpluggen. Plaats de latjes elke 60 cm hart op hart (h.o.h.). Dit wil zeggen dat de afstand van het midden (het hart) van het ene latje tot het midden van het andere latje 60 cm moet zijn.
Houd voor het maken van je stijl- en regelwerk altijd een hamer bij hand. Zo kun je scheve latjes weer recht tikken of latjes die niet goed bevestigd zijn steviger aantikken.
Breng damp-open folie aan op de latjes
Niet op de latjes damp-open folie in horizontale banen van boven naar beneden. Gebruik hiervoor een nietpistool. Laat de banen minimaal 5 centimeter overlappen. Zo creëer je een kleine spouw achter je isolatie om vochtdoorslag van buiten te voorkomen.
Een balk op de vloer plaatsen
Boor de onderregel (50 x 70 mm) voor met een houtboor en plaats deze op de vloer aan de onderkant van de latjes. Boor de regel met een steenboor door in de vloer en sla vervolgens slagpluggen door de regel in de vloer.
Plafondbalk en staanders plaatsen
Plaats de plafondlat tegen het plafond. Gebruik voor een houten plafond schroeven van 5 x 70 mm. Heb je te maken met een betonplafond? Kies dan voor pluggen van 8 mm en schroeven van 5 x 70 mm. Breng vervolgens kit aan op de zijstaanders en lijm deze vast op de linker en rechter zijmuren.
Overige staanders plaatsen
Plaats de rest van de staanders op een hart op hart afstand van 60cm en schroef deze vast met steekschroeven van 6x60cm tegen de onder- en bovenregel.
De staanders aan de uiteinden van de wand hoef je niet vast te schroeven. Daar valt de gipsplaat namelijk helemaal overeen, op 3-4mm na.
Een meetfout is snel gemaakt. Gebruik daarom voor het bepalen van de exacte positie van de staanders een strook gipsplaat van 60cm. Houd een uiteinde op het hart van een staander en controleer of het andere uiteinde ook weer op het hart van een staander valt. Zo weet je zeker dat je steeds de juiste afstand aanhoudt.
Elke staander moet waterpas staan om de gipsplaten er op te bevestigen, dus controleer dit goed!
De isolatieplaten op maat maken en plaatsen
Voordat we de isolatieplaten plaatsen snijden we deze op maat. Dit kun je gemakkelijk doen met een isolatiemes.
Let op dat je de platen goed op elkaar laat aansluiten, zo voorkom je warmteverlies.
Klimaatfolie aanbrengen
Breng klimaatfolie aan over de isolatieplaten. Niet de folie vast op de houten balken en span hierbij de folie niet te strak. Laat de folieranden ongeveer uitsteken en laat de banen ongeveer 10cm overlappen. Plak vervolgens de naden af met Vario-tape.
Gipsplaten bevestigen en afwerken
Schroef vervolgens de gipswandplaten met gipsplaatschroeven (35 mm) op de staanders. Begin in de hoek en gebruik steeds vier gipsplaatschroeven per plaat.
Werk tot slot de gipslaten af. Hoe? Dat kun je lezen in het stappenplan ‘Tips voor het afwerken van gipsplaten’.